De kwaadwillige verlating van Aaltje Claassen: een vertelling in twee schepen – 2

De kwaadwillige verlating van Aaltje Claassen: een vertelling in twee schepen – 2

Aaltjes echtgenoot Hindrick verkoopt hun schip -hun gezamenlijke bezit- eind 1740 ‘op frauduleuse wijse’ aan zijn broer op Texel. Zelf vertrekt hij met de noorderzon. Aan het einde van deel één wordt het schip na tussenkomst van de autoriteiten teruggehaald uit Enkhuizen.

Hindrick moet van de inbeslagname van de kof gehoord hebben via zijn broer. Hij meldt zich echter niet. Later blijkt, dat hij in 1740 zelfs enkele dagen in Groningen is, zonder dat hij contact zoekt met zijn echtgenote. Evenmin reageert hij op de oproepen van het Stadsbestuur. Hij wordt gedagvaard om te verschijnen op een zitting ‘van den Gerighte op dingsdagh des morgens te negen uiren’, maar laat maar liefst drie keer verstek gaan, te weten op 20 december 1740 en op 10 en 24 januari 1741. ‘Gedaagde geroepen en niet erscheenen’ wordt in de kantlijn vermeld. ‘Deselve in derde contu macia geteikent’, schrijft de secretaris er ook nog bij. Met andere woorden: Hindrick wordt aangemerkt als iemand die de autoriteiten minacht.

Als er vervolgens nog een jaar is verstreken, is Aaltje het wachten op zijn thuiskomst zat. Op 27 november 1741 dient zij via jurist Stuckeris een verzoek in bij Borgemeester Hendrik Veldman en zijn Edelheids Assessoren om haar huwelijk te vernietigen op grond van kwaadwillige verlating. Het is een van de weinige rechtsgronden waarop een huwelijk werkelijk ontbonden kan worden.

Ernstige mishandeling bijvoorbeeld is midden 18e eeuw geen wettige grond voor scheiding. Bij herhaalde mishandeling wordt vrouwen door de Borgemeesteren en Raad soms toegestaan om van tafel en bed te scheiden. Maar dit betekent dat beide echtelieden nooit meer opnieuw kunnen trouwen. En soms wordt mishandelde vrouwen zelfs die scheiding van tafel en bed niet toegestaan, en krijgen ze het advies om het nog maar een keer te proberen.

Stuckeris betoogt, dat het glashelder is, dat het in deze zaak om kwaadwillige verlating gaat: ‘so wel uit de Goddelijke, Natuurlijke, als Borgerlijke wetten so bekent dat nauiwelijks bewijs daartoe van noden zij.’ Evengoed volgt daarna een uitgebreid pleidooi doorspekt met referenties aan geschriften van rechtsgeleerden.

Anders dan in onze rechtsorde, baseert het officiële recht zich mede op de bijbel. Aaltjes verzoek wordt gelegitimeerd met Korinthiërs 7:‘Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide. En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate.’

Aaltjes buren hebben het verloop van haar huwelijk met Hindrick vanaf 1733 van dichtbij meegemaakt. De muren tussen de huizen zijn immers dun, en mensen leven meestal dicht op elkaar. Gezamenlijk dienen ook zij nog een verklaring in om het verzoek tot echtscheiding kracht bij te zetten. Jacob van Weersel, Steven Blockbergen, Willem Peters en Jan Sent hebben duidelijk met haar te doen.

Op 26 november 1741 schrijven zij:’ Wij attesteren met desen de opregte Waarheid te zijn, dat Henderik Lodewijks Schipper al sedert de maand augusti van den Jaars 1739 zigt met het Coffschip (hem en zijn vrouw Aaltjen Clasens toebehorende) van hier heeft begeven, sijne gemelte huisvrouw en Soontje Trouwelooslijk verlatende, sonder in alle tijt tot heden desen dag weer bij deselve als man en Vader terug gekomen te sijn.’

De verklaring van Aaltjes buren om de aanvraag tot echtscheiding kracht bij te zetten
Klik op de afbeelding om te vergroten. Wil je deze verklaring van Aaltjes buren zelf lezen? Klik dan nogmaals.

En verderop: ’Tot redenen van Wetenschap gevende, dat wij als naburen en goede bekende gemelte sijne vrouwe in die haren deernisweerdigen toestant, grote droef- en Mismoedigheden, als sij haren bedrukten staet met bittere Tranen aen ons Dikmaels was hijr boesemendt haar hebben getroost en weder aengemoedigt So veele in ons was om niet tot disperatie te vervallen’. De buren hebben haar verdriet en mismoedigheid dus van dichtbij meegemaakt, en haar steeds aangemoedigd om niet wanhopig te worden.

Je zou denken dat de woorden van zulke betrokken buren die alles uit de eerste hand meekregen, wel enige indruk maken. Maar de juridische molen draait traag. Voorlopig valt er geen besluit . En terwijl Hindrick nog immer in geen velden of wegen te bekennen is, herpakt Aaltje zichzelf zo goed mogelijk. Ze krijgt zelfs een nieuwe relatie. Haar nieuwe liefde is scheepstimmerman Evert Hindricks Alting, de halfbroer van haar eerste, in 1732 overleden echtgenoot Abram Martens de Cort.

Hoe het verder gaat, lees je in deel drie. 

Terug naar deel 1

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »