De ontvoering van het weeskind Leentje

De ontvoering van het weeskind Leentje

Het echtpaar Wyrt Vijlder en Elsjen Peters is sinds hun verbanning uit de stad Groningen in 1739 zowel economisch als sociaal volledig aan de grond geraakt. Al twee keer verzochten zij de Borgemeesteren en Raadt om hen weer toe te laten tot de stad. In het jaar 1747 zwerven ze samen met hun kinderen al acht jaar lang ‘buitenslands’ rond. Wyrt leek voorheen een aardig bestaan te leiden als kleermakersbaas in de Nieuwe Boteringestraat. Hoe konden ze zo diep zinken?

Het echtpaar heeft voor zover we weten nooit iets gestolen of vernield, noch iemand enig letsel toegebracht. In het request aan het Stadsbestuur wordt slechts melding gemaakt van een weesmeisje, dat ze naar Bedum zouden hebben gebracht. De oorspronkelijke tekst van dit request kun je hier lezen op de site van de Groninger Archieven. Het klinkt intrigerend, want waarom zou je een willekeurige weesmeisje naar Bedum brengen? Crimineel is dat op het eerste gezicht niet. Waarom tillen de Borgemeesteren en Raadt daar toch zo zwaar aan?

Na enig graafwerk wordt het weesmeisje gevonden. Leentje Crook is in 1738 vijftien jaar oud als haar vader Hindrik -lid van de Nederduits Gereformeerde Kerk- sterft. Leentjes moeder Catrijn -afkomstig uit Brabant en van huis uit katholiek- is dan al gestorven. Hoewel Leentje Nederduits gedoopt is, bezoekt ze als haar moeder nog leeft af en toe een katholieke dienst aan de Pausgang. Ook komt ze als kind over de vloer bij haar moeders katholieke vriendenkring, waaronder Elsjen, de vrouw in het request. Als haar moeder op haar sterfbed ligt, moet haar goede vriendin Els beloven om voor Leentje te zorgen.

Hoe kun je een belofte, gegeven op iemands sterfbed, in de wind slaan? Als Leentje in maart 1738 tussen negen en tien uur ’s avonds toevallig door de Boteringestraat terug naar het Groene Weeshuis loopt, nodigt Elsjen haar uit om binnen te komen. Ze geeft het meisje wat te eten, en belooft dat ze goed voor haar zal zorgen. Leentje blijft slapen, en de volgende dag gaat het kind de poort uit naar Bedum, waar ze ondergebracht wordt bij kennissen.

Beeld van een “Groene Wees” bij de ingang van de villa Hilghestede aan de Verlengde Hereweg, bron: wikimedia commons

En dan? Wordt Leentje verhandeld via een crimineel netwerk? Moet ze dwangarbeid verrichten? Raakt ze aan de drank? Of wordt ze tenminste verwaarloosd? Allerminst. Ze krijgt kleren, geld en eten. Wel wordt ze geconfronteerd met iets dat in de ogen van de heren gezagdragers een veel grotere bedreiging vormt: het katholieke geloof.

Uit het vonnis van februari 1739 blijkt, dat bewezen wordt geacht dat Elsje, met assistentie van haar man Wyrt en nog enkele andere Groningse en Bedumse kennissen, heeft geprobeerd om Leentje te bekeren. Het flinke pak verhoren en de hoeveelheid tijd en energie die hierin is gestoken, toont, dat dit als een zaak van enig belang werd beschouwd.

Terwijl de volwassenen om haar heen bezig zijn met wat zij wel of niet moet geloven, lijkt Leentje haar eigen beweegredenen te hebben gehad om mee te gaan naar Bedum. Uit verschillende getuigenverklaringen blijkt, dat Leentje zelf uit het weeshuis weg wilde. Volgens één verklaring was dat, omdat ze niet genoeg te eten kreeg. Weeshuizen waren vaak overbevolkt. Ze vormden ook haarden voor besmettelijke ziekten, en er was niet altijd voldoende te eten. Wellicht maakte het haar niet veel uit, welk geloof ze aanhing. Zolang ze maar geen honger hoefde te lijden.

Afbeelding bovenaan: uitsnede uit een aquarel van het Groene Weeshuis, achterzijde aan de Hofstraat, vervaardiger: A. J. van Prooijen, Groninger Archieven

Bronvermelding

1534   Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 – 1811, toegang 1955, Elsijn Pieters van Loppersum wegens het assisteren bij de katholieke doop van het weeskind Leentje Crook te Bedum, 1738, Groninger Archieven

1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 – 1815, toegang 606 1746 mrt 12 – 1747 apr 29, volgnr. 264, Groninger Archieven

Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven

Ondertrouwboek 1719-1727, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 176, blad 94v, Groninger Archieven

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »