De Odysseus van de gestichten: het relaas van een Rotterdamse zwerver – 2

De Odysseus van de gestichten: het relaas van een Rotterdamse zwerver – 2

Dit is deel 2 van de bewogen levensgeschiedenis van Marinus van Kalkert, een Rotterdammer met blond haar, blauwe ogen en een rossige baard en wenkbrauwen. In deel 1 wordt hij in zijn functie van marinier tot de dood met de kogel veroordeeld door de krijgsraad van Middelburg. Het Hoogmilitair Gerechtshof zet deze straf echter om in tien jaar kruiwagenstraf. Volgens het register wordt hij vervolgens opgezonden naar Leiden.

Tien jaar lang ondergaat Marinus dus zijn kruiwagenstraf, onttrokken aan ons oog, ergens in de buurt van Leiden. En dat klopt, want als hij in 1757 weer opduikt in het Rotterdamse bevolkingsregister, staat aangetekend dat hij ‘komende is van Oegstgeest’. In Rotterdam trekt hij weer in bij zijn moeder aan de Lange Lijnstraat. Ook hij oefent vervolgens het beroep van schoenmaker uit.

Datzelfde jaar nog krijgt hij een zoon met Christina Louisa van der Hoop. Pas als zij hoogzwanger is van hun tweede kind in 1859 trouwen ze. Bij arme mensen is dat geen uitzondering. Trouwen kost immers geld. In totaal krijgt het paar vijf kinderen, waarvan er twee de volwassen leeftijd zullen bereiken: Marinus (1857) en Agatha (1861).

Even lijkt het erop, dat Marinus vaste grond onder zijn voeten krijgt. Maar schijnt bedriegt. Een jaar na de geboorte van zijn laatste kind Adriana, die helaas slechts twee maanden oud wordt, heeft hij een veroordeling wegens bedelarij aan zijn broek. Zo belandt hij in december 1864 alsnog op de plek waar ook zijn ouders te werk werden gesteld: het gesticht van Veenhuizen. Maar, anders dan bij zijn ouders het geval was, zit hij daar helemaal alleen. Zijn vrouw en kinderen blijven in Rotterdam. Kennelijk zwerft hij al enige tijd in zijn eentje rond.

Ondertussen moet Christina Louisa het alleen zien te rooien met twee jonge kinderen. Uit het bevolkingsregister vanaf 1860 blijkt dat ze de kost verdient als steendraagster, een lichamelijk zwaar beroep dat eerder ook door haar moeder werd uitgeoefend. Het is niet de enige manier waarop ze in die jaren in haar onderhoud voorziet. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 1 november 1866 kondigt de Rotterdamsche Meel- en Broodfabriek de adressen van de depots aan, waar klanten brood kunnen kopen, bijvoorbeeld gescheurd brood, vierkant vloer, Engelsch geknipt of Fransch plat. Eén van die depotadressen bevindt zich bij de weduwe Van Kalkert aan de Lange Baanstraat.

Klik op de afbeelding voor het originele bericht

De Lange Baanstraat is één van eerdere adressen, waar Christina Louisa volgens het Rotterdamse bevolkingsregister van gezinshoofden uit 1880 woonde. Het is dus aannemelijk dat zij de broodverkoopster is. Dit stelt haar in staat om een commissie op te strijken en tegelijkertijd soms thuis bij haar kinderen te zijn, die in 1866 5 en 9 jaar oud zijn.
In deel drie begint de tientallen jaren durende zwerftocht die Marinus als een ware Odysseus van de gestichten onvrijwillig onderneemt.

Afbeelding bovenaan: De Lange Lijnstraat uit het noorden, vervaardiger Henri Berssenbrugge, toegangsnr. 4113. Stadsarchief Rotterdam

Lees ook:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »