De Odysseus van de gestichten: het relaas van een Rotterdamse zwerver – 1

De Odysseus van de gestichten: het relaas van een Rotterdamse zwerver – 1

In 1846 is Rotterdammer Marinus Kalkert zo’n vijf jaar in dienst als marinier, als hij weigert om aan zijn corveeplicht te voldoen.  Hij beledigt zijn sergeant en slaat korporaal Hendrikus Christiaan Thielens met een handdoek in het gezicht. Daarna grijpt hij hem bij de hals en geeft hem twee vuistslagen tegen het hoofd. Als men hem daarop in de boeien wil slaan, uit hij zich ook nog ‘in zeer onvoegzame bewoordingen’ tegen de commandant van de politiewacht. Alles bij elkaar is het voldoende om hem te veroordelen ‘ter zake van misdaad tegen den dienst en de Subordinatie, tot de Doodstraf met den Kogel’.

Als deze straf werkelijk ten uitvoer was gebracht, dan was dit een zeer korte geschiedenis geworden. Het Hoogmilitiar Gerechtshof zet zijn straf echter om in ‘kruiwagenstraf’ -dat wil zeggen dwangarbeid, of grondarbeid, waarbij de gestrafte soms letterlijk aan een kruiwagen werd geketend- voor de duur van maar liefst tien jaar.

Wie is deze man, die in de buurt van Leiden deze zware straf ondergaat? Marinus Kalkert (1822) – blonde haren, rossige baard en dito wenkbrauwen- is de zoon van een wasvrouw en een aan lager wal geraakte korporaal en schoenmaker. Dankzij zijn armoede en zijn maatschappelijke onaangepastheid laat hij een papieren spoor na, dat ons decennialang door heel Nederland zal voeren.

Armoede was en is ook nu vaak nog erfelijk. Met de koloniën van Weldadigheid ontstaat vanaf de 19e eeuw het ambitieuze idee om die cyclus te doorbreken. Het idee is om armen veelal vanuit de grote steden over te brengen naar een aantal vrijwillige en onvrijwillige koloniën in Drenthe, Overijssel en de buurt van Antwerpen. Die plannen stuiten in het begin op veel weerstand. Armoede wordt door sommige mensen namelijk beschouwd als een deel van de door God gegeven orde, waar niet aan mag worden getornd.

Daarnaast doet initiatiefnemer Johannes van den Bosch ondanks zijn verlichte ideeën vanaf het eerste begin de verkeerde aanname, dat de oorzaak van armoede alleen bij de armen zelf gezocht moet worden. Bij hun luiheid, hun gebrek aan kennis, hun onvermogen om goed met geld om te gaan en om een goed en zindelijk huishouden te voeren. Heropvoeding is dus de oplossing, zo denken hij en zijn mede-oprichters van de Koloniën.

In de loop der tijd ontstaan er helaas grote financiële tegenvallers. Het ontgonnen land blijkt minder vruchtbaar dan gehoopt en de oogsten vallen tegen. Daarna zakt tot overmaat van ramp de graanprijs in. En hoewel de Koloniën met goede intenties zijn gesticht, worden de mensen er in praktijk vaak gekleineerd. Gaandeweg worden de levensomstandigheden steeds slechter, waardoor er ziektes uitbreken. Uiteindelijk gaat de Maatschappij in 1889 failliet.

Dat is echter nog lang niet het geval als de ouders van Marinus, samen met zijn jongere broer en zus in mei 1847 gedwongen vanuit Rotterdam naar Veenhuizen worden overgebracht. In januari 1848 staan ze weer buiten, om drie maanden later opnieuw in het Derde Gesticht te worden geplaatst. Marinus’ vader –ook Marinus geheten- overleeft dit tweede verblijf niet: in juni 1850 sterft hij.

Zijn moeder Agatha vergaat het beter. Na afloop van haar gedwongen verblijf slaagt zij erin om de rest van haar leven buiten de instellingen te blijven. Ze neemt het oude beroep van haar overleden man ter hand: schoenmaker. Hoewel vrouwen op papier zelden een beroep hadden, werkten ze in de praktijk vaak genoeg samen met hun echtgenoot. Geen geringe prestatie voor Agatha, die na zoveel armoede tegen alle verdrukking in toch een bestaan voor zichzelf en haar kinderen weet op te bouwen.

De jonge Marinus is ondertussen oud genoeg om voor zichzelf te zorgen. Voor een analfabete jongeman als hij is de beroepskeuze beperkt. Dienst nemen in het korps mariniers betekent dat hij zeker is van een opleiding, onderdak, eten en soldij. 

Wat er gebeurt, als Marinus na tien jaar kruiwagenstraf weer vrijkomt en naar Rotterdam terugkeert, lees je in deel twee.

Afbeelding bovenaan: Gezicht op het derde gesticht in de kolonie Veenhuizen, lithografie, vervaardiger vermeld op object: Alexandre Joseph Boens, Burggraaff, 1818-1826, Rijksmuseum Amsterdam

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »