De kwaadwillige verlating van Aaltje Claassen: een vertelling in twee schepen – 7
Aaltje is inmiddels gestorven in het tuchthuis, zoals we in deel 6 konden lezen. Dit is deel 7, het laatste deel en de epiloog van deze vertelling.
Aaltje laat geen kinderen na. Klaas (1730) en Aafje (1732) beide voortkomend uit haar eerste huwelijk, sterven helaas vroeg, zo blijkt uit de verhoren. Ook de twee kinderen uit haar huwelijk met Hindrick bereiken de volwassen leeftijd niet. Hun dochter wordt slechts twee maanden oud. Zoon Lodewijk (1734) leeft nog als Hindrick er in 1739 met zijn schip vandoor gaat, maar verdrinkt in 1741 in het Zuiderdiep. De kans dat de in Amsterdam geboren Hendrik (1742) in leven is gebleven, is niet groot. Nergens is een spoor van hem te vinden, en hij blijft ook onvermeld in de verhoren.
Aaltjes tweede echtgenoot Hindrick duikt pas in november 1742 voor het eerst sinds zijn verdwijning weer op. Aan Stadsadvocaat de Sitter verklaart hij, dat hij is vertrokken uit mismoedigheid. Volgens hem had Aaltje juist een drankprobleem. Ook was hij jaloers op Evert, die naar zijn smaak veel te vaak langs kwam. Drie jaar lang was hij ‘uitlandig’, zo vertelt hij De Sitter. Ook voer hij in Holland op een kleerschuit, -een schip waarmee wasgoed van en naar de blekerij wordt vervoerd. Op het moment van zijn verklaring is hij knecht op het schip van zijn broer Tijs.
Volgens de Groninger Stadsconstitutie mag een man de ‘onreppelijke (onroerende) Goederen’ van zijn vrouw niet zonder haar toestemming verkopen. Daar valt ook onder: ‘ter Zee vaerende Schepen om koopmans goederen te laden’. Hoewel Hindrick de wet heeft overtreden, vraagt de Stadsadvocaat hem niet naar de illegale verkoop van de kof. Noch vraagt hij waarom Hindrick niet kwam opdagen op de zitting ‘van den Gerighte’, anderhalf jaar na zijn verdwijning uit Groningen. Na het afleggen van zijn verklaring is Hindrick vrij om met zijn broer naar Texel te vertrekken. Hem wordt niets ten laste gelegd.
In april 1743 -Aaltje is dan net opgesloten in het tuchthuis- dient hij een verzoek tot echtscheiding in. Deze wordt hem direct toegekend. Dat gebeurt ironisch genoeg op grond van artikel 47 (scheiding vanwege kwaad- of moedwillige verlating). Aaltjes beroep op hetzelfde artikel werd eerder na veel papieren rompslomp en lang wachten nooit gehonoreerd door de Borgemeesteren en Raad. Diezelfde kwaadwillige verlating wordt, nadat Aaltje frauduleus met een ander trouwde, nu direct bewezen geacht. Alles dat Aaltje in 1743 nog bezit, vervalt eveneens aan Hindrick. Officieel is hij nu de onschuldige partij, het slachtoffer van verlating. Aaltje is wettelijk gezien de dader. Hiermee is hun situatie binnen een tijdsbestek van drie jaar volledig omgekeerd.

Om het spiegelbeeld helemaal compleet te maken, eindigt deze historie eveneens met een schip. Ook Evert -die zich inmiddels weer in Amsterdam bevindt- moet het droevige bericht van Aaltjes sterven ter ore zijn gekomen. Hoe hij er geestelijk aan toe is, weten we niet, maar hij is in elk geval ‘gezond van lighaam, zijn verstand, gehoor, memorie en uitspraak wel hebbende en gebruikende’ als hij op 7 augustus 1745 zijn testament laat opmaken. Hij doet dat omdat hij op het punt staat om met het schip Alexander de Groote te vertrekken naar het eiland Sint Eustatius.
De reis verloopt bepaald niet gladjes. Door een hevige storm breekt in de nacht van 13 september de steng van de fokkemast. Ook de ra en de grote bramsteng breken af. Het schip wordt daarna zo goed mogelijk opgelapt. Op 10 november hoopt de bemanning voor de kust van het Caribische eiland Martinique een nieuwe steng en ra te bemachtigen, als ze worden aangevallen door twee gewapende schepen van een Britse oorlogsvloot onder leiding van kapitein Robert Maynard. Op 25 januari 1748 verklaart openbaar notaris Jan Rijpland dat Evert ‘op de reyse naar St. Eustatius is overleden’. Aaltjes zuster Cornelia is zijn enige erfgenaam.
Afbeelding bovenaan: Le Fort Saint-Pierre et son mouillage vu depuis la mer en 1776, Nicolas Ozanne (1728-1811), wikicommons. Voor de kust van dit fort wordt het schip Alexander de Groote op 10 november 1745 aangevallen door de Britten.
Bronvermelding
1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 – 1815, 6011740 jan 25 – 1741 feb 1, volgnr. 248, Groninger Archieven
1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 – 1815, 601 1740 jan 25 – 1741 feb 1, volgnr. 278, Groninger Archieven
Oud-rechterlijk archief Enkhuizen, ingekomen en uitgaande brieven 1739-1780, Noord-Hollands Archief
Ondertrouwboek 1685-1697, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 172, blad 198, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1676-1705, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 148, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1676-1705, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 148, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1732-1739, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 178, blad 8, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1733-1754, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 150, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1727-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 177, blad 75v, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1676-1705, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 148, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1712-1719, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 175, blad 12, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1739-1747, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 179, blad 80v, Groninger Archieven
1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 – 1815, 603 1742 apr 4 – 1743 mei 25, volgnr. 329, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1739-1747, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 179, blad 80v, Groninger Archieven
DTB Dopen, archiefnummer 5001, inventarisnummer 110, blad p.714(folio 357v), nr.19, aktenummer DTB 110, Stadsarchief Amsterdam
Archief van de schout en schepenen, missivenboek 1737-1745, Stadsarchief Amsterdam
Ondertrouwboek 1685-1697, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 172, blad 260v, Groninger Archieven
Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1697-1705, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 173, blad 238, Groninger Archieven
Ondertrouwboek 1697-1705, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 173, blad 238, Groninger Archieven
1534 Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 – 1811, 1998 De schipper Hindrick Lodewijcks wegens het verlaten van zijn vrouw Aaltje Clasens, 1740, Groninger Archieven
1534 Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 – 1811, 2041 Aaltien Claasen en Evert Hindricks wegens bigamie en bloedschande, 1743, Groninger Archieven
1534 Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 – 1811, 973-980 Notulen van rechtdagen in criminele zaken, 1475 – 1547, 1616 – 1811, 1739 feb 19 – 1771 nov 28, Groninger Archieven
Leeuwarder Courant 11-08-1987, pag. 8, expositie over glorie en ondergang beurtvaart in Oudheidkamer Lemmer, Delpher
2007 Cipier van het Tuchthuis te Groningen, (1666) 1670 – 1825, 8 Register van gedetineerden, 1718-1797, Groninger Archieven
Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 10143, aktenummer 241191, Stadsarchief Amsterdam
Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 12169, aktenummer 658793, Stadsarchief Amsterdam
Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 575, blad p.187, Stadsarchief Amsterdam
DTB Dopen, archiefnummer 5001, inventarisnummer 81, blad p.684(folio 342v), nr.8, aktenummer DTB 81, Stadsarchief Amsterdam
Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 11901, aktenummer 65535, Stadsarchief Amsterdam
Feiten en cijfers over huiselijk geweld, Veilig Thuis
740 Verzameling publicaties van de overheid, 1595 – 1814 (1857), 667 Constitutien behelsende Ordonnantien op Saaken van Houlijken, Houlijks Voorwoorden, Erffenissen, Donatien en Oevelgank, alsmede op allerhande Conventiën en Contracten, Koop en Verkoop, Verhuiringe van Huisen en Landen etc. Gedrukt bij Gesina Elama ter Gr, 1702 feb 6 Groninger Archieven