De gebreckelijke tentbewoner – 2

De gebreckelijke tentbewoner – 2

Stadsdeurwaarder Olthoff in het vorige deel van deze historie is niet de enige die last heeft van de soldaten bij de Nieuwe werken.

Ook koopman Hero Hesseling, die ’s ochtends ‘was komen wandelen op het beslagen pad, aan deze zijde de Nieuwe werken’, wordt lastig gevallen door soldaten, die hem geld afhandig proberen te maken, hoewel hij en zijn gezelschap de fortificatie zelf expres hadden vermeden en alleen op de paden onderlangs had gewandeld.

In de in 1727 opgestelde boedelbeschrijving van Hansen staat hij te boek als ‘geaponteerde soldaet, woonachtig bij het nieuwe werk in een tente’. De vraag is of hij op dat moment wel echt als soldaat in dienst is. Omdat hij in 1692 voor het eerst is getrouwd, moet hij inmiddels tenminste zo’n 55 jaar oud zijn. Hij kan ook ouder zijn. Daarbij beschrijft hij zichzelf in de boedelbeschrijving als een ‘gebreckelijk Man’. Hij is dus allesbehalve geschikt als militair. Dan is er nog het feit, dat hij de verantwoordelijkheid draagt voor een koe, een paard en allerlei andere dieren. Hij lijkt meer veehouder dan soldaat.

Duidelijk is wel, dat hij op de een of andere manier verbonden moet zijn met het leger, of met een groep soldaten, en dat hij daarom in hun buurt verblijft. Het oordeel van de Borgemeesteren ende Raadt, dat Hansen zijn tent dient af te breken, suggereert echter dat hij officieel niets op die plek te zoeken heeft.

Hendrick Avercamp, 1605-1634, aquarel van een pannekoekenbakster, collectie Groninger Museum

Het is ongewoon voor een man van zijn bescheiden middelen om een boedelbeschrijving vast te leggen. Behalve het oude huisje in de Raamstraat, bezit hij dus nog een tent, lakens en dekens, een kast, een spinde (een voorraadkast), wat oude bonte schotels, potten en pannen, een spiegel, acht gulden aan hooi, wat ‘oude rommelerij’, en een rok en borstrok van zijn overleden echtgenote. Verder noemt hij een ‘enter beesje’ (een eenjarige koe) ter waarde van 12 gulden. Alle andere dieren worden niet genoemd. Of dat betekent dat hij daadwerkelijk alleen deze ene koe bezit, of dat hij de rest van zijn beestenboel om de een of andere reden weglaat, blijft raadselachtig.

Waarom een eenvoudig man als hij toch een inventaris laat opmaken, wordt duidelijk uit het begin van de beschrijving, waarin hij verklaart dat hij voornemens is om opnieuw te trouwen. Hij wil schoon schip maken, en misschien zijn vrouw iets kunnen nalaten, mocht hij als ‘gebreckelijk Man’ niet lang meer te leven hebben. Zijn aanstaande, Etje Wijbes, is een stuk jonger met haar dertig jaar, en zij is bovendien zwanger. Het is dus een moetje.

In november 1727 trouwen ze. En in april 1728 wordt hun dochter Lammigje geboren, ‘buiten Herepoort’, vermoedelijk dus ook in de bewuste tent. Het ding is dan nog steeds niet afgebroken. In september van dat jaar dient Harms daarom opnieuw een verzoek in, waarin hij stelt nog steeds op dagelijkse basis schade te ondervinden van Hansens vee. De Borgemeesteren en Raadt ordonneren dan, dat Hansen de tent binnen acht dagen afbreekt.

Of hij er een jaar later nog staat, of dat het in het volgende bericht om andere tenten gaat, weten we niet. Duidelijk is, dat de autoriteiten het gekampeer buiten de poort nu echt zat zijn: ‘De Hoge Heeren Borgemeesteren ende Raedt gelasten de bewoonderen van de twee tenten staende buiten de Heer Poorte volgens apostille van den 31 octobris 1729 teegens anstaende Allerheiligen te moeten vertrekken en deselve af te breeken, of anderzindts bij manquement deezes de Stadts Schoute werdt gelast om de selve de facto in de brandt te steeken.’

Of Jacob en Etje er nog in slagen om samen een leven op te bouwen, blijft in nevelen gehuld. Na deze berichten verdwijnen ze allebei weer van de radar, zoals vrijwel alle gewone 18e eeuwers.

Terug naar deel één.

Afbeelding bovenaan: uitsnede: naar voorbeeld van de plattegrond van

Bronvermelding

981-997 ‘Actenboek’. Registers van bevelschriften, ordonnanties, beschikkingen op verzoekschriften en vonnissen betreffende civiele en criminele zaken, 1668 – 1808, Groninger Archieven

Inventarissen van boedels bij de Weeskamer overgegeven 1726 – 1727 (Toegangnr 1462 inv.nr. 53), Groninger Archieven

1605 Stadsbestuur van Groningen, toegang 594 1728 mrt 12 – 1730 aug 17, volgnr. 187, Groninger Archieven

1605 Stadsbestuur van Groningen, 593 1726 jan 10 – 1728 mrt 11, volgnr. 576, Groninger Archieven

Ondertrouwboek 1727-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 177, blad 5v, Groninger Archieven

Ondertrouwboek 1685-1697, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 172, blad 153, Groninger Archieven

Algemeen doopboek 1706-1732, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 149, Groninger Archieven

1605 Stadsbestuur van Groningen, toegang 585 1709 jul 4 – 1711 okt 6, volgnr. 280, Groninger Archieven

1605 Stadsbestuur van Groningen, 585 1709 jul 4 – 1711 okt 6, volgnr. 333, Groninger Archieven

1534 Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 – 1811, toegang 1888 Het wangedrag van soldaten bij de Nieuwe Werken, 1735, Groninger Archieven

Plan der nieuwe werken, universiteitsbibliotheek Utrecht

Oude en nieuwe werken, bladeren door de lagen van de Helperlinie, Johan T. van Dijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »